Grip op COVID-19

Vroeg signaleren via de huisarts

Per 1 juni aanstaande gaat Nederland voorzichtig uit de lockdown. Microbiologen verwachten dat er eind juni en in het najaar opnieuw besmettingsgolven gaan optreden. Om een nieuwe piek te beheersen is het van belang om lokale uitbraken tijdig te signaleren, bijvoorbeeld met een early-warning-systeem, zodat men op deze ‘hotspots’ snel maatregelen kan nemen. De huisarts is, door zijn centrale rol, de aangewezen persoon om data te verzamelen over mogelijke besmettingen.

De huisarts is in ons gezondheidssysteem het meest geschikt om als poortwachter te dienen. Hij kent zijn patiënten en hun gedrag het beste en heeft voldoende vertrouwenspositie om om te kunnen gaan met ingewikkelde situaties als zorgmijders of testweigeraars.

De huisarts registreert besmette en verdachte patiënten in het huisartseninformatiesysteem HIS. Die patiëntgegevens worden via de COVID-19-database gekoppeld aan data uit andere bronnen, zoals aan testgegevens van de GGD. De verzamelde en verrijkte gegevens kunnen vervolgens (geanonimiseerd) gebruikt worden voor onderzoek, de identificatie van hoogrisicopatienten, voor monitoring of vroegsignalering.

Een early-warning-systeem via de huisarts:

Minimaliseert gezondheidsschade

Voorkomt overbelasting van het zorgsysteem

Voorkomt een nieuwe lock-down en meer economische schade

Testen

Testen, monitoring en vroegsignalering zullen het komende jaar cruciaal zijn om de COVID-19-pandemie onder controle te houden. Met deze middelen kan men bepalen welke burger met COVID-19 besmet is, wie er weerstand tegen het virus heeft opgebouwd en welke immuunrespons zorgt voor bescherming. 

Vanaf 1 juni 2020 kan iedereen met klachten die wijzen op een infectie met het coronavirus, zich via de GGD laten testen. Na een positieve test voert de GGD contactonderzoek uit om verdere geïnfecteerde personen op te sporen en maatregelen te nemen. Dat is noodzakelijk om een nieuwe COVID-19-uitbraak te beheersen.

Helaas kunnen ook mensen zonder symptomen anderen besmetten. Omdat er beperkte testcapaciteit is, kan echter niet iedereen worden getest. Slim gebruikmaken van de beschikbare data over besmettingen, helpt om de beschikbare testen zo goed mogelijk in te zetten. Met een goed early-warning-systeem via de huisartsen kan men bij beginnende infectiebrandhaarden iedereen in de rechtstreekse omgeving testen en wie besmet blijkt, isoleren. De bijna real-time digitale feedback van de COVID-19 data-infrastructuur kan hierin een belangrijke rol spelen.

Meldingen vanuit de deelnemende huisartspraktijken:

Contactonderzoek

Het uitgebreid testen van mensen en het doen van bron- en contactonderzoek is een voorwaarde voor het kunnen versoepelen van de huidige coronamaatregelen. Bij een bevestigde patiënt met COVID-19 voert de GGD bron- en contactonderzoek uit.

Het doel van bron- en contactonderzoek is om de contacten van de besmette persoon op te sporen en hen op de hoogte te stellen van de blootstelling en het risico op besmetting. De GGD wijst hen op de maatregelen die ze moeten nemen om verdere verspreiding te voorkomen, zoals quarantaine en thuisisolatie, en begeleidt hen hierbij.

Ook voor contactonderzoek is vroegsignalering en slimme inzet van data essentieel. Want hoe eerder je een besmetting opmerkt, hoe eerder het contactonderzoek kan plaatsvinden en hoe kleiner de verspreiding van het virus zal zijn.